Stenen en Muren - deel 1

Wie een muurtje wil metselen of gelijk maar een aanbouw, moet goed op de hoogte zijn van de termen die horen bij het metselen. Onderwerpen als het aantal stenen dat nodig is, de specie, het stellen van profielen komen aan bod.

Benamingen voor stenen
Strek; de lange zijde van de dikte van
de baksteen.
Kop; het kleinste vlak van een
uiteinde van de baksteen.
Vlakke kant; het grootste vlak van de
baksteen.
Benamingen voor stenen
Benamingen voor stenen
Klisklezoor; de helft van de breedte van
de baksteen.
Drieklezoor; driekwart van de lengte van
de baksteen.
Klezoor; kwart van de lengte van de
baksteen.
Benamingen voor stenen
Benamingen voor stenen
Halve steen; de helft van de lengte van
de baksteen.
Schaal- of schiftsteen; helft van
de dikte van de baksteen.
Benamingen voor stenen
Strekken- en lagenmaat
De verdeling van de stenen over een muur wordt bepaald door de strekkenmaat en de lagenmaat.
Leg tien willekeurige stenen uit en meet de lengte, deel de lengte door tien en tel daarbij de dikte van de voeg op (7 tot 10 mm). De gevonden maten tekent u af op een lagen- of strekkenlat.
Elke partij stenen is verschillend van maat, deze vaak kleine verschillen kunnen het metselwerk aanzienlijk beïnvloeden. Het meest voorkomende type is het waalformaat als gebakken steen en kalkzandsteen
Strekken- en lagenmaat
Halfsteensmuur
Een halfsteensmuur heeft de dikte van een kop, is constructief een volwaardige muur en kan dus dragend zijn. Metsel zo'n muur nooit in één keer op tot plafondhoogte maar in twee of drie stukken met een droogperiode ertussen. Kleine hoogtes tot ongeveer 120 cm kunnen wel in een keer.

Het verbruik per vierkante meter is afhankelijk van de keuze van de steen. Voor een halsteensmuur zijn 75 stenen nodig van het type waalformaat 21,4 cm lang 10,4 cm breed en 5,4 cm dik.
Halfsteensmuur